donderdag 14 maart 2013

Geen DigiD als je in het buitenland woont

Iemand die in het buitenland woont maar belasting of premies sociale zekerheid in Nederland moet betalen dan wel een andere financiele relatie met Nederland heeft kan in de meeste gevallen geen DigiD aanvragen. Dit is momenteel namelijk alleen mogelijk indien de persoon die in het buitenland woont klant is van de SVB en een AOW pensioen ontvangt.

Reden waarom iemand die in het buitenland woont geen DigiD krijgt is omdat er dan geen koppeling is met de Gemeentelijke Basis Administratie en de overheid dus het adres niet kan verifieren waarnaar de activatiecode moet worden gestuurd. Voor het aanvragen van een DigiD verzin je zelf een gebruikersnaam en wachtwoord welke daarna moet worden geactiveerd. Voor deze activatie verstuurt de overheid een brief die dus alleen wordt verstuurd naar het adres dat in de GBA staat vermeld. Het beleid in Nederland is zo dat het GBA ongeveer heilig wordt verklaard, duidelijk is echter dat het GBA geen garantie biedt dat de opgenomen gegevens ook daadwerkelijk juist zijn. Dat maken wij als kantoor ook dagelijks mee. Klanten die zomaar worden uitgeschreven of waarvan adreswijzigingen niet worden verwerkt. Mijn gedachten gaan meteen naar het artikel dat ik gisteren las in de Telegraaf.

Artikel Telegraaf 13-03-2013

Half miljoen spookburgers in Nederland

Bijna een half miljoen Nederlanders zijn onvindbaar. Ze gelden als 'spookburgers'.
In 2012 kwamen er 32.000 Nederlandse spookburgers bij. De groep kost Nederland jaarlijks minstens 100 miljoen euro.
 
Amsterdam heeft de meeste spookburgers: 85.186, oftewel 107 op elke 1000 inwoners. In Rotterdam zijn 44.809 mensen onvindbaar, Den Haag is 41.308 inwoners kwijt.
 
Er staan dus 427.304 "Nederlanders" opgenomen in de GBA die niet blijken te wonen op het geregistreerde adres. Een bevinding van het CBS gesteund door informatie van de overheid zelf.
 
Maar wel is de registratie in de GBA dus nodig om een DigiD te krijgen. Waarom zo omslachtig? Komt de veiligheid echt in gevaar? Is er geen andere oplossing te vinden?
 
Ik woon zelf niet in Nederland, maar werk dagelijks wel in Nederland. Ik ben ook klant van de SVB want ik ontvang kinderbijslag. Maar dat is dus geen pensioen. Ik dien al 20 jaar een aangifte in maar omdat de DigiD werd ingevoerd nadat ik Nederland had verlaten kom ik er dus niet meer voor in aanmerking. Maar zegt de belastingdienst, u mag toch wel digitaal aangifte doen hoor, gewoon door een digitale handtekening aan te vragen. Dat gebeurt middels een papieren formulier waarop ik een code van 5 cijfers schrijf en die post ik dan naar de belastingdienst. Ik kan dan ook meteen de aangifte indienen. Helemaal niet moeilijk dat systeem. Waarom moet het met de DigiD dan wel zo moeilijk?
 
Als niet ingezetene sta ik geregistreerd in het RNI: het Register voor Niet Ingezetenen. In dit register staat mijn adres vermeld dat de overheid gebruikt voor de communicatie met mij. Naar dit adres stuurt de belastingdienst alle aanslagen en andere correspondentie, krijg ik overzichten van de SVB en weet ook het College voor Zorgverzekeringen me te vinden. De overheid kent mijn adres dus, daar is het GBA niet voor nodig. Daar zou de DigiD dus gewoon aan kunnen worden gekoppeld. Nee, luidt dan het verweer, want dat adres kunnen we niet makkelijk controleren. Maar dat argument wordt niet gebruikt als er dus andere post naar mij wordt verstuurd. De activatiecode is wel belangrijk maar waar de belastingaanslagen etc. naar toe worden gestuurd is dan niet belangrijk?
 
Het goede nieuws is nu dat er een proef zal worden uitgevoerd bij een aantal gemeenten en ambassades. Deze instellingen kunnen dan een DigiD persoonlijk uitreiken aan de niet ingezetene.
Om hiervoor in aanmerking te komen moet de niet ingezetene echter wel beschikken over:
  • De Nederlandse nationaliteit
  • Een geldig Nederlands reisdocument (paspoort of NIK)
  • Een burgerservicenummer (BSN)
  • Een mobiele telefoon

Dit zijn wel erg beperkte voorwaarden. Maar ja, het gaat om een proef, dus veel zullen we wel niet in te brengen hebben. Maar waarom niet ingezetenen met een andere nationaliteit uitsluiten? Deze week nog contact gehad met een Engelse client die tijdens zijn verblijf in Nederland geen DigiD had aangevraagd, inmiddels weer terug was in Engeland maar nog aangifte moest doen in Nederland. De WOZ waarde kende hij niet en kon hij niet digitaal opvragen omdat hij geen DigiD had. Ook onder de proef zal hij deze DigiD niet kunnen krijgen omdat hij geen Nederlander is. Inderdaad, maar wel inwoner van de Europese Unie, met een nationaliteit uit de Europese Unie, waarbij is bepaald dat er geen drempels mogen worden opgeworpen door lidstaten aan elkaars inwoners in vergelijking tot de rechten en plichten die de eigen inwoners hebben. In feite werpt de Nederlandse Staat hier wel een drempel op. Belgen die in Nederland werken kunnen dus ook onder de proef geen DigiD krijgen, terwijl ze wel onder het Nederlandse belasting- en sociale zekerheidsstelsel kunnen vallen als ze in Nederland werken.

DigiD is niet meer dan een gebruikersnaam en wachtwoord. Dergelijk login codes hebben we allemaal voor vele websites. Daar doen we ook niet moeilijk over. Een sofinummer aanvragen kan ook gewoon vanuit het buitenland. Verzoek opstellen, kopie paspoort en eventueel bewijs van inschrijving in de buitenlandse gemeente bijvoegen en het sofinummer wordt toegekend. Dit sofinummer is van nog groter belang dan de DigiD. Maar die kan dus wel gewoon schriftelijk worden aangevraagd.

Deze week nog een aangifte ingediend voor een kennis. Ingelogd met zijn digid om de vooringevulde aangifte te zien. Dat is toch wel erg makkelijk. Maar dus alleen als je een DigiD hebt.

Veiligheid staat voorop. Maar dan staat nog vers in het geheugen de vorig jaar gehackte certificaten van DigiNotar die wij als adviseur verplicht moesten gebruiken van de Nederlandse overheid om aangiften in te kunnen dienen. Ineens was er alarmfase 1 en konden er geen aangiften meer worden ingediend. Het heeft veel tijd gekost om dat weer gecorrigeerd te krijgen, met als onderdeel een officiele persoonlijke identificatie op ons kantoor. Een overheid die zijn systemen niet op orde en veilig kan houden maar zich wel beroept op de niet aanwezige vermelding in het GBA en geen andere mogelijkheden aanbiedt komt op mij ongeloofwaardig over.

Hint voor de overheid: maak de DigiD onderdeel van de procedure bij in- en uitschrijving bij de gemeente. Wijs een nieuwe inwoner in Nederland erop dat het verstandig is dat hij/zij een DigiD aanvraagt en controleer bij het vertrek naar het buitenland nog eens of een DigiD is aangevraagd. Later kan het immers niet meer. Daarmee wordt de gemeente weer een stuk klantvriendelijker.
 

zondag 10 februari 2013

Employers levy on high salaries above € 150,000 in 2012 - included in the wage tax return for March 2013

On March 31, 2013 employers may be faced with a special levy if they employed workers in 2012 who earned a salary of more than € 150,000. This levy was introduced because politicians thought that the higher incomes should also contribute to the crisis. However, the contribution was not intended to harm the workers and the entrepreneurs themselves. Therefore the politicians opted for an employer levy. 

Employers levy on high wages

The employers levy is based on the salary from current employment for the year 2012, including all structural and incidental rewards and therefore including the addition for the company car. The employers levy has to be paid once in 2013 and amounts to 16% on the excess of the salary above € 150,000. This levy comes on top of the regular wage tax withholdings and levies which the employer has to pay to the tax authorities. 

Employers levy in practice

Suppose an employee earned an annual salary of € 180,000 in 2012. The excess above € 150,000 is taxed with 16% in 2013. The difference between € 180,000 and € 150,000 is € 30,000. On this amount the employer levy is calculated. The levy amounts to 16% of € 30,000 = € 4,800. The levy has to be paid with the wage tax return which sees on the period in which March 31 falls, so based on monthly filings, the latest on April 30. 
The employer levy is a one-off payment and will not return in 2014 (although the actual text of the regulation is not entirely clear about it). 

If the employee had several jobs in 2012, the employers will not have to pay the employers levy, provided none of the employers paid a salary higher than € 150,000 in 2012. If the employee worked within a group of companies under different contracts then the exemption is not applicable. In that case, the calculation must be based on the total salary earned within the group in 2012. The employer within the group that paid the majority of the salary in 2012 must pay the employers levy.

Anti abuse measurements

If the employee has also worked as a freelancer for the same company, the income earned as freelancer will be included in the calculation to determine whether the employer paid more than € 150,000 to the employee. The government will take additional measurements if it turns out that employers find other ways to prevent the employers levy. The goal is to collect 500 Million with this levy. 

Levy can hit all kinds of employers

Besides employers in commercial business, the levy can also affect employers in the public sector like public television, housing corporations, hospitals etc. These organisations also employ a lot of employees with a salary above € 150,000. 

The measurements also affect sport clubs, like for example football clubs. If they employ (foreign) football players with a salary above € 150,000 they will also be confronted with the tax claim which can lead to a claim of millions of Euro's for the top football clubs in the Netherlands. 

Payroll administration

Make sure that your payroll administration is done properly and that the employers levy is calculated properly. Expatax is specialized in providing payroll services, especially to foreign companies who send employees to the Netherlands but also to the Dutch companies who hire the foreign employees. These can be commercial businesses but also football clubs who rent a football player to a Dutch football club. Recently Expatax has set up a payroll on behalf of AFC Bournemouth with respect to renting out Demouge to Roda JC. 

zaterdag 26 januari 2013

De 30% regeling en de 150 kilometer grens.


Is de 150 kilometergrens in strijd met het Europese recht?

De 30% regeling kan worden toegekend aan vanuit het buitenland ingekomen werknemers met een specifieke deskundigheid die schaars is op de Nederlandse arbeidsmarkt en dient ter vergoeding van de extraterritoriale kosten. Met ingang van 1 januari 2012 zijn de voorwaarden die worden gesteld om in aanmerking te komen voor de 30% regeling aangescherpt. Zo is er onder meer een inkomenseis ingevoerd en is de maximum looptijd verkort van 10 jaar naar 8 jaar.

Een van de overige wijzigingen betrof de bepaling dat de 30% regeling alleen nog maar geldt voor werknemers die minstens 2/3 van de periode van 24 maanden voorafgaand aan het werken in Nederland, woonden op een afstand van minimaal 150 kilometer van de Nederlandse grens.

Deze eis leidde tot vragen vanuit de belastingadviespraktijk waaronder Expatax waarbij werd aangedragen dat deze eis mogelijk in strijd is met het Europese recht, namelijk het recht op vrijheid van verkeer alsmede het verbod op discriminatie op basis van nationaliteit. Zeker ook in het geval dat een buitenlandse werknemer via een locatie gelegen binnen 150 kilometer van de Nederlandse grens naar Nederland komt. 

Onlangs heeft de Rechtbank Breda geoordeeld of de 150 kilometergrens in strijd is met het Europese recht. In de rechtszaak werd ook aangedragen dat de grens in strijd was met het gelijkheidsbeginsel onder het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten. De rechter veegde alle bezwaren van tafel en oordeelde dat er sprake is van een voldoende objectieve rechtvaardiging om de kilometergrens in te voeren. De door de wetgever gestelde onderbouwing dat door de grens wordt voorkomen dat werknemers die in het buitenland blijven wonen en hierdoor niet met hoge extra territoriale kosten worden geconfronteerd toch voor de 30% regeling in aanmerking zouden komen werd derhalve door de rechter als voldoende beschouwd.

Sinds deze uitspraak heeft de Rechtbank Haarlem echter anders beslist. Daar vond de rechter dat er wel sprake is van strijd met het Europese recht. Er is beroep ingesteld, dus nu is het afwachten hoe de rechter in hoger beroep zal oordelen.

De 150 kilometergrens bij een werknemer die weer terug naar Nederland komt

De kilometergrens heeft nog een ander gevolg. In de praktijk bleek dat de belastingdienst de grens anders uitlegde dan de wetgever, in feite strenger dan wat de wetgever beoogde. De belastingdienst interpreteerde de regel zo dat ook indien de werknemer in de voorgaande periode van 24 maanden 8 maanden in Nederland had gewoond niet meer in aanmerking kwam voor de 30% regeling. 

Deze uitleg van de regeling was niet beoogd door de wetgever en de regeling is nu aangepast met terugwerkende kracht tot 1 januari 2012. Er is nu bepaald dat de 150 kilometergrens niet opnieuw van toepassing is als de werknemer bij aanvang van een eerdere tewerkstelling in Nederland voldeed aan de 150 kilometergrens.

vrijdag 25 januari 2013

Geen fiscale faciliteit in Nederland voor een bankrekening die door een expat in het buitenland is geopend


Bron: Vakstudienieuws Vandaag 22-01-2013

Het Gerechtshof Den Haag heeft beslist dat een belastingplichtige die uit het buitenland was teruggekeerd geen recht heeft op een vrijstelling voor de inkomstenbelasting voor zijn buitenlandse bankrekeningen. Volgens het hof zijn deze buitenlandse bankrekeningen namelijk niet te vergelijken met de faciliteiten van de Wet bevordering eigenwoningbezit (Wbe), de Spaarrekening Eigen Woning (SEW) en de Kapitaalverzekering Eigen Woning (KEW).

De man remigreert in 1984 naar Nederland. Hij blijft spaarrekeningen aanhouden die hij tijdens zijn internationale carrière in het buitenland heeft geopend. Hij heeft de spaarrekeningen echter niet in zijn Nederlandse aangiften opgenomen. Nadat de ex-expat de inspecteur hiervan op de hoogte stelt, legt de inspecteur navorderingsaanslagen voor de inkomstenbelasting en vermogensbelasting (per 1 januari 2001 is dit de vermogensheffing in Box 3 geworden) op. De man is het hier niet mee eens. Volgens hem mocht hij in het buitenland belastingvrij sparen omdat hij met het gespaarde geld de hypotheek op zijn eigen woning zou aflossen. Hij verwijst hierbij naar de Wbe.

Hof Den Haag oordeelt dat de navorderingsaanslagen terecht zijn opgelegd. Het hof overweegt daarbij dat de Wbe ziet op lagere inkomensgroepen en dat niet is gebleken dat de ex-expat tot deze groepen behoort. Verder merkt het hof nog op dat de man steeds vrijelijk over zijn spaartegoeden in het buitenland kon beschikken terwijl aan de faciliteit van de Wbe een kapitaalverzekering was gekoppeld. Ten aanzien van de kapitaalverzekering eigen woning en de spaarrekening eigen woning wijst het hof er op dat deze rekeningen geblokkeerd moeten zijn. Het hof verwerpt het beroep van de ex-expat op deze faciliteiten dan ook. De navorderingsaanslagen blijven in stand.

Uitspraak: Gerechtshof Den Haag, LJN BY8379, 13 september 2012 (publicatie 14 januari 2013)

Deze uitspraak bevestigt maar weer dat ook financiële producten die in het buitenland zijn afgesloten moeten voldoen aan de voorwaarden die de Nederlandse belastingwet aan deze producten stelt om in aanmerking te komen voor een fiscale faciliteit in Nederland. Niet van belang is dat dergelijke producten in het buitenland niet bestaan. En ook niet dat een product wordt afgesloten dat dicht in de buurt komt van hetgeen wordt beoogd. Binnen de Europese Unie zijn er wat meer mogelijkheden om gebruik te maken van een fiscale faciliteit maar ook dan moet aan de Nederlandse voorwaarden worden voldaan. 

Voor een expat is het dus zaak om hier rekening mee te houden en tijdens het verblijf in het buitenland te onderzoeken of het mogelijk is om een financieel product in Nederland aan te schaffen, met het oog op terugkeer naar Nederland op een later tijdstip en het doel waarvoor het product wordt aangeschaft. Dus ook in de buitenlandse periode is fiscale planning belangrijk. 

Expatax begeleidt bedrijven met internationale werknemers. Neemt u gerust contact met ons op indien u vragen heeft. Ook als u werknemers uit het buitenland naar Nederland haalt.  

donderdag 18 oktober 2012

Hoogte van de opleiding indicatie deskundigheid 30%-regeling (oude regels)

Onlangs heeft de Hoge Raad geoordeeld of een pijpfitter beschikte over de vereiste specifieke deskundigheid onder de regels zoals deze golden tot 1 januari 2012.
 
Onder de oude regels was bepaald dat een gebrek aan een hoog gekwalificeerde of gespecialiseerde beroepsopleiding, een indicatie kon zijn voor het ontbreken van specifieke deskundigheid zoals vereist voor de 30%-regeling.
 
De Hoge Raad bevestigde de uitspraak van het hof door te oordelen dat een Duitse pijpfitter niet in aanmerking kwam voor de 30%-regeling. De ervaren pijpfitter vroeg om toepassing van de 30%-regeling, maar bezat volgens de Hoge Raad niet de vereiste specifieke deskundigheid, omdat de opleiding tot pijpfitter niet hoog gekwalificeerd of gespecialiseerd is. Het is daarbij niet van belang dat er in Nederland geen gestructureerde opleiding meer voor handen is. Het hof is van mening dat de bekwaamheid van een gekwalificeerd pijpfitter niet leidt tot een specifieke deskundigheid. Ook de schaarste die is ontstaan door het ontbreken van een opleiding, brengt geen specifieke deskundigheid met zich mee.
 
Deze beslissing is in lijn met enkele eerdere uitspraken. Schaarste op zichzelf is geen reden om specifieke deskundigheid aan te nemen. Zo is bepaald dat ook voor een verpleegkundige uit het buitenland de 30% regeling niet van toepassing kon worden verklaard. Overigens gaat het om het samenspel tussen relevante werkervaring en hoogte van de opleiding alsmede het aangeboden salaris. Dit is in het verleden ook specifiek door de Hoge Raad benoemd. Het is voorgekomen dat het gebrek aan een hoge opleiding kon worden gecompenseerd door training on the job, losse cursussen etc. Wel is het steeds een beoordeling van een individuele situatie geweest, dat kon leiden tot veel discussies. In het kader hiervan heeft de rechter mijns inziens toch wel eens op de stoel van onze wetgever moeten gaan zitten. Wat dat betreft is de uitspraak wellicht iets te kort door de bocht.
 
Zo is er ook een uitspraak geweest inzake een musicalzanger. Deze zanger was nog niet klaar met zijn opleiding maar op basis van de tijdens de opleiding opgedane werkervaring en het feit dat hij een van de eerste op de opleiding was, was toch voldoende reden om specifieke deskundigheid aan te nemen. Hier was dus van belang dat er toch wel een gestructureerde opleiding aanwezig was, ook al was er nog niemand afgestudeerd. Dan was er ook nog de discussie inzake profvoetballers. Zij komen vaak wel in aanmerking voor de 30% regeling. De meesten zullen geen relevante HBO of universitaire opleiding gevolgd, maar enkel een voetbaltraining over de jaren heen, net als de vele andere (amateur) voetballers. Bij hen werd dan echter wel sterker gekeken naar het salaris wat ze gingen verdienen.  
 
Voor mijn gevoel is er altijd een bepaalde ongeschreven regel geweest die bepaalde dat voor zekere beroepen de 30% regeling niet van toepassing zou zijn, waarbij de wetgever dit niet specifiek kon vastleggen en de rechter de regels maar moest interpreteren naar de "bedoeling" van de wetgever. Wat is het verschil tussen een progammeur van 25 jaar met 3 jaar werkervaring die 4 jaar universiteit heeft gedaan en een gespecialiseerde onderwaterlasser die al 30 jaar werkzaam is onder de meest moeilijke omstandigheden en al zijn ervaring heeft opgedaan tijdens het werk en nu over de gehele wereld gevraagd wordt om te komen lassen? Waarbij de programmeur € 40.000 per jaar verdient en de lasser € 100.000. Wordt dan tegen de lasser gezegd dat hij niet specifiek deskundig genoeg is? De programmeur kwam nagenoeg zeker in aanmerking voor de regeling.
 
Wat mij betreft is opleiding een indicatie. Maar we moeten daar ook niet altijd te zwaar aan tillen. Als voorwaarde werd een hogere opleiding gesteld, dit kon dus ook een schriftelijke opleiding zijn gebaseerd op zelfstudie. Waarin verschilt dit dan met training on the job waarbij de werknemer in zijn eigen tijd zich ook allerlei kennis eigen maakt? Kennis specifiek gericht op de werkzaamheden die worden verricht, in tegenstelling tot een externe opleiding waarbij het toevallig juist beantwoorden van enkele vragen op een examen voldoende is om deskundigheid aan te nemen? Ik heb meegemaakt dat aan werknemers de 30% regeling werd toegekend bijvoorbeeld omdat ze een universitaire opleiding tot psycholoog hadden gedaan en nu waren aangenomen als marketing manager. Of zelfs in situaties waarbij de opleiding nog verder af stond van de werkzaamheden waarvoor de regeling werd aangevraagd. Maar het feit dat het om een hogere opleiding ging was al voldoende. Relevant of niet. En dat is meer dan eens gebeurd.
 
Maar goed, ik kan nog wel meer voorbeelden geven en ook het onderwijssysteem ter discussie stellen, feit is dat de wetgever genoemde problemen heeft onderkend en verdere discussie wilde vermijden. Hiertoe is met ingang van 1 januari 2012 een salarisnorm ingevoerd. Wordt voldaan aan deze salarisnorm dan wordt specifieke deskundigheid aanwezig geacht. Hiermee zal het aantal rechtzaken met betrekking tot de 30% regeling waarschijnlijk af gaan nemen. Als de pijpfitter derhalve onder de nieuwe regels voldoet aan de salarisnorm dan kan hij ineens wel de 30% regeling krijgen.
 

maandag 17 september 2012

Portugese exitheffing strijdig met EU-recht


Het Europese Hof van Justitie (zie  Europese Hof van Justitie, 6 september 2012, nr. C-38/10 ) heeft geoordeeld dat de onmiddellijke belastingheffing van Portugal bij zetelverplaatsing, in strijd is met de vrijheid van vestiging.

De Europese Commissie tekende beroep aan bij het Europese Hof van Justitie, nadat Portugal weigerde de belastingwetgeving over zetelverplaatsing aan te passen. Portugal hief op het moment van zetelverplaatsing of het overbrengen van activa van een vaste inrichting onmiddellijk vennootschapsbelasting over de nog niet gerealiseerde meerwaarden. Het Europese Hof oordeelde dat sprake was van belemmering van de vrijheid van vestiging, omdat een vertrekkende vennootschap nadeliger wordt behandeld dan een vennootschap die in Portugal blijft. De exitheffing was dan ook in strijd met het EU-recht.

Het blijft verwonderlijk dat landen binnen de Europese Unie nog steeds wetgeving hanteren waarbij voor bedrijven of personen (fiscale) drempels worden opgeworpen indien zij het betreffende land wensen te verlaten. Reeds meerdere malen heeft het Europese Hof van Justitie geoordeeld dat een exitheffing in strijd is met de vrijheid van vestiging. Ook Nederland is hiervoor een aantal keren aan de beurt geweest. Helaas zijn er landen die de beslissingen van het Europese Hof van Justitie dus naast zich neer leggen. In het geval van Portugal nu dus zelfs twee keer. Zelfs een beslissing in hun specifieke situatie wordt niet uitgevoerd. Dit is eigenlijk minachting van het Hof.

Men vraagt zich wel eens af wat nu het voordeel is van de Europese Unie. Een van de grootste voordelen betreffen de vrijheden die de inwoners van de Unie hebben. Men kan zich makkelijker binnen de Europese Unie bewegen. Hierdoor zal de Unie als geheel economisch meer profiteren. Landen die deze afspraken niet nakomen zullen moeten worden aangepakt en deze landen zullen zich neer moeten leggen bij de beslissingen die worden genomen door de hoogste rechter. Maar hoogstwaarschijnlijk zal het Hof in de toekomst blijven worden geconfronteerd met rechtzaken die gaan over de beperking van de verschillende vrijheden. Het is aan belastingadviseurs actie te ondernemen indien cliënten worden geconfronteerd met ongeoorloofde fiscale drempels. 

Exit aan de exitheffing(en)!

donderdag 13 september 2012

Reisdagen en werkzaamheden in het buitenland, waar belast?

Hoe dienen de reisdagen in de dagenbreuk te worden verwerkt?


Indien een werknemer gedurende het jaar in meerdere landen werkt ontstaat er discussie welk land het heffingsrecht heeft op de inkomsten uit arbeid en voor welk deel. Er zal moeten worden bepaald hoe de belastingheffing wordt verdeeld om dubbele belastingheffing te voorkomen. Het woonland zal immers belasting willen heffen maar ook het werkland. De verdeling vindt plaats op basis van de gewerkte dagen in elk land. De Hoge Raad heeft op 23 september 2005 (HR 40179, LJN: AP1424) een nadere toelichting gegeven hoe de dagen breuk uitwerkt, waarbij, voor het berekenen van het deel dat aan het buitenland toekomt, de teller bestaat uit de werkdagen in het buitenland en de noemer op het totaal daadwerkelijk gewerkte dagen wereldwijd. Overigens dient steeds te worden beoordeeld of er een belastingverdrag van toepassing is en hoe in het verdrag wordt omgegaan met de inkomsten uit arbeid.

Reisdagen


Als de dagenbreuk wordt berekend komt de vraag op hoe om dient te worden gegaan met reisdagen. De belastingdienst voerde tegenover de rechtbank Den Haag aan dat, gelet op de standplaats van de werknemer in Nederland, de reizen beginnen en eindigen in Nederland en dat daarom een deel van de werkzaamheden aan Nederland moest worden toegerekend. Op grond hiervan zou dan de helft van reisdagen moeten worden toegerekend aan Nederland.

De Rechtbank Den Haag oordeelde op 26 augustus 2008 (AWB 06/10317) conform de beslissing van de Hoge Raad ten aanzien van de berekening van de dagenbreuk. Bevestigd werd in onderhavig geval dat de reisdagen als werkdagen aangemerkt dienden te worden. Tevens stond vast dat op de reisdagen in ieder geval ook buiten Nederland was gereisd. Gelet hierop oordeelde de rechtbank dat deze reisdagen niet aan Nederland toegerekend konden worden omdat ze waren gemaakt ten behoeve van de werkzaamheden in het buitenland. Van deze dagen kon op basis van het reizen immers niet worden gezegd dat werkelijk in Nederland was gewerkt.

Hoe de uitspraak luidt indien de werknemer in de ochtend nog in Nederland zou hebben gewerkt en pas in de middag naar het buitenland zou zijn vertrokken valt te bezien. Ook zijn twijfels te zetten bij de opmerking dat "op basis van het reizen niet kan worden gezegd dat werkelijk in Nederland is gewerkt". Dat zou dan ook gelden voor het buitenland, daar is immers op basis van het reizen die dag wellicht ook niet gewerkt, zeker niet indien de reis een hele dag heeft geduurd. Maar goed, dan vallen we weer terug op het oordeel van de Hoge Raad, die stelt dat van belang is ten behoeve van welke werkzaamheden de reis is gemaakt. En de werkelijke werkzaamheden zijn in het buitenland verricht, derhalve is toekenning van de reisdagen aan de buitenlandse periode gerechtvaardigd. Zie ook de uitspraak van de Hoge Raad op 9 februari 2007 (HR 40604, LJN: AU3577).

Als duidelijk is hoe met de reisdagen wordt omgegaan dient uiteraard een gespecificeerd overzicht te worden gemaakt van de werkdagen in Nederland en in het buitenland alsook de ziektedagen, feestdagen etc. De belastingdienst kan hier immers om vragen. De kans hierop is groot indien er een aftrek wordt geclaimd op de in Nederland te belasten inkomsten uit arbeid. Ter ondersteuning kan worden gevraagd om een verklaring van de werkgever of een arbeidscontract waarin is opgenomen dat er ook werkzaamheden in het buitenland kunnen plaatsvinden. Het is beter om dit overzicht gedurende het jaar bij te houden, dan drie jaar na afloop van het kalenderjaar ineens te worden geconfronteerd te worden met een vragenbrief waarvoor dan alsnog de onderbouwing bijeen dient te worden gezocht.

Voorgaande heeft betrekking op de belastingheffing, voor de heffing van premies volksverzekeringen kunnen weer geheel andere regels gelden. Het blijft dan ook van belang om vooraf duidelijkheid te hebben over de consequenties van het (gelijktijdig) werken in het buitenland. Expatax kan u hierbij uiteraard van dienst zijn.